Wetenschap en bedrijfsleven: nauwe banden

Dat de wetenschap nauwe banden onderhoudt met het bedrijfsleven bleek al uit het onderzoek dat de Groene Amsterdammer in 2013 deed naar de nevenfuncties van zeshonderd hoogleraren economie, bedrijfskunde, accountancy, financiën en fiscaal recht aan de Nederlandse universiteiten. Daaruit blijkt dat 44% een of meer nevenfuncties heeft bij bedrijven of commerciële instellingen. Vooral de hoogleraren accountancy en fiscale economie grossieren in bijbanen: 65% van hen heeft een bijbaan in het bedrijfsleven of bekleedt een door het bedrijfsleven gesponsorde leerstoel. De vier grote accountantskantoren hebben in totaal 43 hoogleraren aan zich verbinden, 9 hoogleraren hebben een nevenfunctie bij een bank, en 16 hoogleraren bij een pensioenfonds.

Groene_OP__232-Onafhankelijke wetenschap?
Het onderzoek van de Groene Amsterdammer was bedoeld om de onafhankelijkheid te onderzoeken van economen die zich mengen in het publiek debat. Zo is het merendeel van de wetenschappers die zich uitspreken voor soepeler belastingregels voor multinationals, werkzaam bij belanghebbenden als PricewaterhousCoopers en Deloitte. Van de 78 artikelen die hoogleraren schreven over grote boekhoudschandalen, waren er slechts zeven toe te schrijven aan wetenschappers die tevens partner waren bij een groot accountancybureau. Blijkbaar wilden ze hun commerciële belangen niet op het spel zetten met een kritisch artikel.

Groene onafhankelijke wetenschap?Belangenverstrengeling
Dit jaar publiceerde de Groene Amsterdammer opnieuw een onderzoek naar nevenfuncties van hoogleraren en verstrengeling van wetenschappelijke en commerciële belangen. Ditmaal had het onderzoek betrekking op alle (bijna 6000) hoogleraren in ons land. Overigens werd dit onderzoek bemoeilijkt door het feit dat er geen overzicht bestaat van de nevenactiviteiten van hoogleraren en dat de websites van universiteiten veelal niet actueel en incompleet zijn. De onderzoeksredactie schat op basis van diverse onderzoeken dat het aantal hoogleraren met nevenfuncties rond de 80% ligt.

Betaald door het bedrijfsleven
Een of de vijf hoogleraren is ‘bijzonder hoogleraar’ en wordt dus niet betaald door de universiteit zelf. Voor deze wetenschappers is het hoogleraarschap meestal de bijbaan naast een meer substantiële baan (of banen) elders. Onduidelijk is aan wie  zij verantwoording verschuldigd zijn over hoe zij met eventueel conflicterende belangen omgaan. Zowel de universiteiten als de VSNU en het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) vertrouwen er op dat de wetenschappers zelf integer handelen en verantwoordelijk omgaan met eventuele dilemma’s. Ze spreken professoren niet aan op hun nevenfuncties, noch op gedragsregels voor nevenwerk.

dekker bussemaker IIWetenschapsbeleid
De overheid streeft nadrukkelijk naar nauwere banden tussen universiteiten en het bedrijfsleven. Minister Bussemaker ziet zelfs het grote aantal nevenfuncties als een uiting van succes van dit beleid. Begin december presenteerde zij haar langetermijnvisie voor het wetenschapsbeleid, Wetenschapsvisie 2025. Opvallend is daarin opnieuw de grote nadruk op maatschappelijke relevantie en samenwerking met andere sectoren. Het wetenschappelijk onderzoek moet meer en meer zichzelf financieren door valorisatie, het te gelde maken van onderzoeksresultaten. De eerste geldstroom is het afgelopen decennium verminderd van 52 naar 45%. Deze groeiende invloed van het bedrijfsleven op het universitaire onderzoek is een belangrijke impuls voor het aangaan van nevenfuncties, volgens de ondervraagde hoogleraren. Die nevenactiviteiten vergroten immers de kans op externe financiering. In 19% van de gevallen is de nevenwerkgever van de hoogleraar tevens (mede-)financier van zijn of haar academische onderzoek.

Bezorgd
Een groot aantal winnaars van de Spinozapremie, de hoogste Nederlandse wetenschappelijke onderscheiding, heeft een gezamenlijke brandbrief geschreven over de nieuwe verdeling van wetenschappelijke subsidiegelden die het kabinet wil doorvoeren. NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderwijs, verdeelt jaarlijks een half miljard euro aan overheidsgeld onder wetenschappers, op basis van ingediende voorstellen en projecten. In de nieuwe wetenschapsvisie wordt voorgesteld om de NWO volgens een ‘Nationale Wetenschapsagenda’ te laten werken, waardoor ook werkgevers, maatschappelijke organisaties en universiteiten een stem krijgen in de toewijzing van het geld. De 69 eminente wetenschappers vrezen dat het bedrijfsleven op deze manier een te grote invloed krijgt op de wetenschap.

De academicus als uitvoerder van andermans vragen
Meer invloed van de samenleving op de wetenschapsagenda is wenselijk, evenals  wetenschappelijk onderzoek dat bijdraagt aan maatschappelijke vraagstukken. Maar te nauwe banden met het bedrijfsleven leiden onherroepelijk tot een belangenconflict en mogelijk tot een verlies aan academische kwaliteit. Onderzoeksvragen moeten vaak worden toegeschreven naar de subsidiegever en bedrijven bedingen dikwijls vooraf dat ze publicatie kunnen tegenhouden of onwelgevallige resultaten kunnen  afzwakken. Het komt zelfs voor dat bedrijven aangeven welke vragen onderzocht moeten worden en daar zelf een onderzoeker bij zoeken. Zo ontstaat een oververtegenwoordiging van wetenschappelijke onderzoeken die ook een financieel belang voor een bedrijf dienen, ten opzichte van meer fundamenteel onderzoek.

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.