Het nieuwe beoordelen in de wetenschap

Het UMC Utrecht heeft een nieuwe methode ontwikkeld om onderzoek en onderzoekers te beoordelen. De maatschappelijke relevantie en inhoud van het onderzoek worden belangrijker dan de hoeveelheid publicaties die onderzoekers op hun naam hebben staan. ‘De eenzijdige nadruk op publicaties was een perverse prikkel,’ aldus Frank Miedema van het UMC Utrecht. Samen met Rinze Benedictus schreef hij een artikel voor Nature over de nieuwe methodiek.

Impact van het onderzoek
Bij het beoordelen van onderzoeksprogramma’s vraagt de nieuwe methode dat onderzoekers naast de uitkomsten van het onderzoek ook moeten beschrijven hoe de structuren en processen eruit zien. Hoe is de methodologische kwaliteit van het onderzoek? Hoe is leiderschap georganiseerd? Met wie werken de onderzoekers samen? Wat zijn de mogelijke vervolgstappen bij positieve resultaten? Onderzoekers leggen verantwoording af over hoe ze tot onderzoeksvragen zijn gekomen en hoe hun onderzoeksprogramma’s zijn toegerust om impact te creëren, bijvoorbeeld om medische richtlijnen of een veiligheidsprotocol aan te passen op basis van het onderzoek.

Ook bij benoemingen
De nieuwe methode zal ook worden gebruikt bij het benoemen van hoogleraren. Aan kandidaten wordt gevraagd een ‘Qualification Portfolio’ in te vullen, waarin ze behalve hun wetenschappelijke output ook hun prestaties schetsen op de domeinen onderwijs; kliniek; innovatie en impact; leiderschap, ontwikkeling en samenwerking. Deze systematiek is geinspireerd op de aanpak in het Zweedse Karolinska Instituut. Met het portfolio krijgt een benoemingscommissie een breder beeld van de kandidaat dan via de gebruikelijke CV en publicatielijst. De eerste hoogleraren worden inmiddels benoemd via deze aanpak.

Niet langer publicaties tellen
De nieuwe beoordelingsmethode is het gevolg van de internationale discussie in de academische wereld over publicatiedruk, perverse prikkels en reproduceerbaarheid van onderzoek. Nu worden wetenschappers immers voornamelijk beoordeeld aan de hand van het aantal wetenschappelijke publicaties en de status van de tijdschriften waarin deze verschijnen. Onderzoekers concurreren om een publicatie in vooraanstaande wetenschappelijke bladen als Nature, The Lancet en Science. Dat heeft weliswaar geleid tot een stijging van het aantal wetenschappelijke publicaties, maar ook tot zorgen over de kwaliteit en relevantie van de onderzoeken waarop de publicaties zijn gebaseerd. Bovendien plaatsen de vooraanstaande tijdscriften nauwelijks artikelen over geriatrie, sportgeneeskunde of revalidatie, met als gevolg dat sommige gebieden overgewaardeerd en andere ondergewaardeerd worden. Bovendien publiceren de vooraanstaande bladen vooral fundamenteel onderzoek, waardoor onderzoekers zich veel minder zijn gaan bezig houden met de vertaling van hun onderzoek naar de kliniek.
In 2014 pleitte een grote groep wetenschappers in The Lancet daarom voor ‘meer waarde, minder afval’ in biomedisch onderzoek. Het Nederlandse initiatief Science in Transition heeft sterk bijgedragen aan deze discussie.

Aansluiten bij vragen uit de praktijk
Met de nieuwe beoordelingsmethodiek sluit het UMC Utrecht bovendien nauw aan bij de aanbevelingen die de Gezondheidsraad onlangs publiceerde. De raad stelde dat academische ziekenhuizen meer kunnen bijdragen aan kwaliteit en betaalbaarheid van zorg en preventie, hetgeen vraagt om structurele samenwerking met andere borgverleners, patiënten en gemeenten, zodat die onderzoeksvragen worden onderzocht die er in de praktijk toe doen.

De nieuwe methodiek voor het beoordelen van onderzoekers is opgesteld door een UMC-commissie van tien personen uit verschillende fasen van de academische loopbaan (promovendi, postdocs en hoogleraren). Aan de totstandkoming gingen vele debatten vooraf en de koerswijziging was een moeizaam proces. Onderzoekers waren het wel eens met de analyse dat publicaties tellen te eenzijdig is, maar vroegen zich af hoe het moet als ze voor een andere universiteit gaan werken, met een klassieke beoordelingsstructuur. De oude criteria zijn daarom niet radicaal overboord gegooid, maar aangevuld.

Ontwikkeling
De nieuwe beoordelingsmethode is het begin van een grotere nadruk op de inhoud van het onderzoek. Op dit moment wordt de methode gebruikt binnen de zes onderzoeksprogramma’s van het UMC Utrecht om zichzelf te evalueren. Nog niet alle onderzoekers hebben kennisgemaakt met de nieuwe methodiek, maar voor het einde van dit jaar moet de zelfevaluatie volgens de nieuwe methode afgerond zijn. De komende jaren zal de nieuwe aanpak verder worden toegepast binnen het academische ziekenhuis en in de vormen van samenwerking met partijen buiten het UMC zoals kennisinstellingen en bedrijven.

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.