Democratische scholen

Ondanks de sluiting van Iederwijs in 2010, na een storm van negatieve berichtgeving en financiële tekorten, groeit de belangstelling voor democratisch onderwijs in Nederland. Drie Iederwijs-scholen – De Ruimte in Soest, De Vrije Ruimte in Den Haag en nog een derde, inmiddels opgeheven school – gingen in 2005 verder als democratische school. Sindsdien groeide het aantal democratische scholen naar 15 met nu in totaal ruim 800 leerlingen. De scholen zijn goedgekeurd door de Onderwijsinspectie.

democratische schoolWaarom democratische scholen?
De wereld is in beweging, technologische ontwikkelingen veranderen voortdurend onze manier van leven en de hele wereld is ons thuis. In Nederland leiden we leerlingen op om in de toekomst te functioneren in deze dynamische maatschappij, terwijl 80% van de leerlingen die nu primair onderwijs genieten, later banen zullen hebben die nu nog niet eens bestaan. Deze tijd vraagt om gemotiveerde mensen die helder communiceren, goed kunnen samenwerken en die weten hoe je kennis moet verzamelen en gebruiken in de maatschappij. Het is belangrijk dat jonge mensen weten wat hun kwaliteiten en drijfveren zijn en dat ze vertrouwen hebben in zichzelf. De situatie binnen democratische scholen lijkt op het leven in de maatschappij: verschillende mensen van verschillende leeftijden en met verschillende interesses vormen een gemeenschap. Binnen zo’n school ontwikkelen kinderen zich tot burgers van de toekomst.

democratic schoolsTraditie
Democratisch onderwijs bestaat al veel langer dan de oprichting van Iederwijs in 2002. De Summerhill School werd in 1921 opgericht door A.S. Neill in Suffolk, Engeland. In Nederland werd kort daarna De Werkplaats Kindergemeenschap opgericht door Kees Boeke. In de 60-er jaren  richtten Daniel Greenberg en Mimsy Sadofsky de Sudbury Valley School op in Boston, Amerika. Inmiddels bestaan er wereldwijd ruim tweehonderd democratische scholen, die zich hebben verenigd in organisaties als EUDEC en IDEC.Iederwijs

Iederwijs
Sommige democratische scholen komen voort uit de vernieuwingsbeweging Iederwijs. Destijds was de vrees groot dat het door Iederwijs gepropageerde type onderwijs, waarin leerlingen zelf bepalen wat ze doen, niet goed zou uitpakken. Er was dan ook veel politieke en maatschappelijke commotie toen Iederwijs werd opgericht in 2002. Onderwijseconoom Henriëtte Maassen van den Brink, tegenwoordig voorzitter van de Onderwijsraad, voorspelde dat Iederwijs-kinderen ‘social dropouts zonder basiskennis’ zouden worden.

Niet voor ieder kind
Maar Maassen van den Brink en andere critici kregen geen gelijk. Dat blijkt uit het boek De gelukkige school, dat eerder dit jaar verscheen bij de educatieve uitgeverij SWP. In dit journalistieke onderzoeksboek blikken oud-leerlingen van de eerste Iederwijs-school terug op hun schooltijd. Het gros van de ondervraagde kinderen heeft uiteindelijk een havo-diploma of hoger behaald en kijkt met plezier terug op zijn school. Ze waarderen vooral de sociale en emotionele groei die ze op Iederwijs doormaakten. Toch waren niet alle ondervraagde leerlingen enthousiast over het democratische onderwijs. Door de grote vrijheid die ze kregen om zelf te bepalen wat ze wanneer wilden leren, was er weinig structuur. Alles moest uit henzelf komen. Op de vraag of ze hun eigen kind naar Iederwijs zouden sturen, aarzelen de meeste oud-leerlingen.  Volgens hen past democratisch onderwijs niet bij elk kind. Wat doe je met een kind dat liever wil spelen dan lezen of rekenen? Of dat niet uit zichzelf vraagt om te leren lezen?

Hoe werkt het?
Op democratische scholen kunnen leerlingen zelf kiezen wat, wanneer en hoe ze leren. Er zijn dus bijvoorbeeld wel reken- en taallessen, maar alleen op verzoek van kinderen zelf. De inhoud van zo’n les bepalen leerlingen en begeleiders samen. Overal in het schoolgebouw zijn leerlingen bezig, met rekensommen,  knutselprojecten, of met een les. Of ze kletsen met elkaar. In een les legt de leerkracht een onderwerp uit. Het verschil met een rekenles op een reguliere school is dat de leerkracht niet bepaalt wat er wordt gedaan in de les of controleert of leerlingen fouten hebben gemaakt. Dat doen leerlingen zelf. Zo hebben  de leerlingen de vrijheid om zich in hun eigen tempo de verplichte basisschoolstof voor rekenen en taal eigen te maken.

Pannenkoeken en diploma’s
Naast werken aan een kunstproject of een les volgen kunnen de leerlingen ook met elkaar kletsen, spelen, of naar een winkel gaan om ingredienten te kopen voor pannenkoeken die ze dan gaan bakken op school. Ze kunnen ook naar het bos of een museum gaan of een bedrijf bezoeken. Op democratische scholen is zelfstandig leren werken erg belangrijk, ook als dat betekent dat leerlingen op banken computerspelletjes zitten te spelen en sommigen  languit liggen te slapen.

Democratische basisschool 
De Vallei in het Gelderse Driel is één van de twee democratische basisscholen in Nederland die niet particulier zijn en dus bekostigd worden door de overheid. Net als de meeste democratische scholen, is De Vallei, die een wachtlijst heeft van 170 kinderen, opgericht door ouders die in het reguliere onderwijs niet vonden wat ze zochten voor hun kind. Zo kon Maaike van Mourik geen school vonden die er rekening mee hield dat haar zoon al kon lezen. Daarom zette ze zelf een school op,  in hetzelfde jaar dat ze haar diploma onderwijsmanagement haalde.

Begeleiding
Op basisschool De Vallei heeft elk kind een coach bij wie het zich aan het begin van de dag meldt. De coach heeft als taak de leerling te  volgen en observeren, gesprekken te voeren met het kind over hoe het gaat, welke activiteiten het ontplooit en welke (leer)wensen het kind heeft. De coach helpt dus het kind helder te krijgen wat het wil leren en hoe. Maaike van Mourik vertekt als voorbeeld over een jongen van zes die een voorstel wilde indienen om het schoolplein aantrekkelijker te maken. Toen de coach hem begeleidde bij het invullen van een voorstelformulier bleek dat de jongen niet kon schrijven. De coach vroeg hem hoe hij dat dacht op te lossen. De jongen merkte toen waarom lezen en schrijven belangrijk zijn als je iets wilt realiseren en was gemotiveerd om te leren schrijven.
Meer dan de helft van de leerlingen gaat na De Vallei naar havo of vwo. De rest kiest voor vmbo, speciaal onderwijs of het democratisch vervolgonderwijs, wat  in Driel ook beschikbaar is.

De RuimteStructuur
Ook democratische basisschool De Ruimte in Soest, met ruim 140 leerlingen de grootste school van Nederland, werkt met begeleiders. De zogeheten ‘dossierhouders’ volgen de leerlingen en houden hun ontwikkeling bij voor de school en voor de Onderwijsinspectie. De helft van de kinderen die van De Ruimte komen, stroomt door naar  het mbo, de  andere helft gaat naar havo of vwo. Sommigen beginnen een eigen bedrijf of gaan werken of reizen. Net als De Vallei, heeft De Ruimte in de loop van haar bestaan meer structuur gekregen om het samen leven en leren werkbaar en prettig te houden. Op De Ruimte denken de leerlingen mee over zo’n structuur en helpen deze, samen met de begeleiders, realiseren.

kringenMeebeslissen in kringen
Naast zelf kiezen wat je wilt leren, is het samen met leerlingen besturen van de school datgene waarin een democratische school verschilt van een reguliere. Iedere leerling wordt geacht een actieve rol te spelen in het draaiend houden van de school. Daarvoor zijn er ‘kringen’ die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld het besturen van de school, voor de inrichting van het gebouw, voor het lunchcafé, voor de ICT of de PR. In een kring is niemand de baas, maar wordt er gepraat over een voorstel totdat er consent is: niemand maakt bezwaar tegen de beslissing.
Door te participeren in kringen leren leerlingen om hun wensen om te zetten in acties en ontwikkelen zo een aspect van burgerschap. Binnen democratische scholen leren leerlingen dat ze zelf de verantwoordelijkheid dragen voor hun leven. Ze kunnen niet komen consumeren. Als ze iets willen, moeten ze zelf  in beweging komen.

Meer ruimte

Het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’, waarover de Tweede Kamer zich voor de zomer buigt, beoogt een aantal belemmeringen voor het oprichten van scholen op basis van een nieuw pedagogisch concept uit de weg te ruimen. Tot nu toe is het oprichten van nieuwe scholen vooral mogelijk als er wordt gewerkt op basis van een erkende denominatie. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, kunnen in de toekomst ook andere scholen, bij voldoende animo van ouders, op basis van nieuwe onderwijsconcepten hun entree maken in het bekostigde stelsel.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 × een =

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.