Verwaarloosde samenleving

In september 2019 raakte een Rotterdamse politieagent gewond toen hij, samen met enkele collega’s een bruidsstoet die vanwege gevaarlijk rijgedrag en luid toeteren overlast veroorzaakte, aanhield. Niet alleen politieagenten, maar ook andere publieke dienstverleners krijgen steeds vaker te maken met agressie en (verbaal) geweld. Geen enkele aanhouding geschiedt zonder dat overtreders met agenten in discussie gaan, hen bespugen en bedreigen. Leven we in een verwaarloosde samenleving?

In 2011 verscheen het promotieonderzoek van Joost Kampen, waarin hij het  begrip ‘verwaarlozing’ uit de orthopedagogiek toepaste op organisaties. Een verwaarloosde organisatie is een organisatie waar het langdurig ontbreekt aan sturing en begeleiding, waardoor de relatie tussen leiding en medewerkers ernstig verstoord raakt of zelfs verbroken is. Dat concept raakte een snaar: het hielp organisatieprofessionals te begrijpen waarom verandering in zulke organisaties moeizaam of zelfs onmogelijk is. Mensen leren om in zo’n klimaat te overleven, maar van ontwikkeling is geen sprake. Probleemgedrag en destructieve interactiepatronen zijn het gevolg. Het voorbeeld hierboven roept de vraag op of er misschien ook sprake is van een verwaarloosde samenleving.

verwaarloosd gebouwVerstoorde relaties
Verwaarlozing bij kinderen ontstaat wanneer ouders hun kinderen geen structuur bieden en hen onvoldoende liefdevolle aandacht geven.  In organisaties is verwaarlozing het gevolg van langdurig slecht leiding  geven doordat leidinggevenden geen regels, grenzen en kaders stellen. Ze handelen niet vanuit een visie, maar rennen al improviserend van het ene brandje naar het andere, zich verschuilend achter hectiek, complexiteit en verwevenheid van problematieken.
Bovendien hebben ze geen aandacht voor hun mensen en maken geen tijd vrij voor een echt gesprek met een medewerker. Die pakken de ruimte die daardoor ontstaat en trekken hun eigen plan. In organisaties waar dit gedurende langere tijd aan de orde is, zijn disfunctionele verhoudingen gegroeid. De gedragspatronen tussen leiding en medewerkers versterken elkaar: het gedrag van de leiding roept een tegenreactie bij de medewerkers op en visa versa. Bij ernstige verwaarlozing zijn de relaties zodanig verstoord dat de wederkerigheid verdwijnt en zelfhandhaving bij medewerkers vooropstaat.

Afwezigheid van morele sturing
Ook in de samenleving is de laatste decennia nauwelijks sprake geweest van sturing door politieke en bestuurlijke leiders. Visie en moraliteit kregen een verdachte geur; ze pasten niet bij de moderne neoliberale tijd. Geen normatieve eisen of moraliteit, maar markten! Niet een visie op grote maatschappelijke vraagstukken bepaalde het overheidsbeleid, maar bedrijfsmatig denken en kostenreductie. Een regering van boekhouders, die zichzelf prezen omdat ze het overheidstekort lieten dalen.
In zijn H.J. Schoo-lezing van 2013 ging Rutte er zelfs prat op geen visie te hebben; hij noemde een visie ‘een olifant die het uitzicht belemmert.’ Hij is niet de enige. In een land waar polderen noodzakelijk is, kan men de angst van Nederlandse politici voor ideologie wellicht begrijpen: ze beschouwen zich liever als nuchtere pragmatici dan als voorstanders van een politieke visie. Hans Boutellier: ‘We zijn een samenleving geworden die door en door handelt naar bevinden, naar wat effectief is en wat werkt.’ De consequentie is de afwezigheid van het stellen van maatschappelijke doelen, van een heldere richting. Het pakket maatregelen om de stikstofcrisis het hoofd te bieden, is een heldere illustratie daarvan.

frauduleuze politici

Geen voorbeeld
Een andere uitingsvorm van een verwaarloosde samenleving is het slechte voorbeeld dat de leiders geven. De afgelopen jaren hebben we veel  voorbeelden gezien van gezagsdragers die niet de juiste informatie verstrekten aan de Tweede Kamer (Fred Teeven, Ard van der Steur), die logen (Halbe Zijlstra) of in opspraak raakten vanwege belangenverstrengeling (Anne-Wil Duthler, Wybren van Haga). Bewindsvoerders tonen zich regelmatig doof voor problemen in de uitvoering van het beleid, zoals de kritiek op de WMO en de gevolgen voor de Jeugdzorg. Pas als er een vernietigend rapport ligt van de Inspectie zijn ze bereid te luisteren. Het morele leiderschap van veel politici, ministers en bestuurders is dun en vormt een slecht voorbeeld voor mensen in de samenleving.

Burger als consument
De bedrijfsmatige insteek leidde tot een meer zakelijke, verhouding tussen overheid en burgers. Met de ontmanteling van de verzorgingsstaat hebben opeenvolgende kabinetten het sociaal contract tussen overheid en burgers verbroken. Publieke diensten werden uitgehold en burgers gereduceerd tot consumenten van overheidsdiensten. Ze zijn een calculerende homo economicus geworden, die het onderste uit de kan wil krijgen. Maar een land is een gemeenschap van waarden, geen commercieel bedrijf. Tjeenk Willink wijst er in Groter denken, kleiner doen (2018) op dat er voorheen gemeenschappen waren in de zuilen: mensen werden gezien, hadden een verbinding met de politiek, er werd naar hen geluisterd. De overheid moest deze groepen respecteren, had hen nodig, ondersteunde hen zelfs. Er was sprake van wederzijdse betrokkenheid. Morele en politieke richting ontstond in dialoog tussen overheid en zuilen.

Wantrouwen
Niet alleen is de relatie tussen overheid en burgers zakelijk, steeds meer is sprake van wantrouwen tussen de overheid en haar burgers. Ook dat is een symtoom van een verwaarloosde samenleving. Veel burgers missen het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt en dat ze serieus worden genomen. Ze kunnen er niet meer op rekenen dat de overheid hen beschermt als dat  nodig is. Ze zien politici die zich vooral druk maken over partijpolitieke zaken en verkiezingsuitslagen. Doordat veel zaken ver van burgers zijn geregeld en ze in het oerwoud van instanties nauwelijks de weg kunnen vinden trekken ze vaak aan het kortste eind en raken het vertrouwen in instituties kwijt. Andersom gedraagt de overheid zich wantrouwig naar goedbedoelende burgers. De Nationale Ombudsman constateerde al in 2012 dat de overheid de burger steeds vaker ziet als aspirant-profiteur, die alleen met dwang in het gareel blijft. De straf voor het te laat of onjuist invullen van een formulier kan zijn dat een burger een uitkering kwijt raakt of van fraude beschuldigd wordt.

BelastingdienstOnterecht beschuldigd van fraude
In 2014 zette de Belastingdienst de uitkering van kinderopvangtoeslag bij honderden ouders stop. Jarenlang voerde de Belastingdienst procedures tegen deze ouders om het geld terug te vorderen. Zij werden beschuldigd van georganiseerde fraude. In juli 2019 erkende staatsecretaris Snel, nadat hij op de vingers was getikt door de Nationale Ombudsman en de Raad van State, dat de kinderopvangtoeslag destijds ten onrechte is stopgezet. “De Belastingdienst leed te lang aan een tunnelvisie. De wet is te strikt uitgevoerd, zonder menselijke maat.” Voor de Commissie-Donner zijn excuses onvoldoende, de burgers dienen gecompenseerd te worden voor de geleden  financiële en emotionele schade, en erkenning dat ze ten onrechte zijn behandeld als fraudeur.

Gedogen
Bij gebrek aan heldere regels doen mensen waar ze zelf zin in hebben. Als er al regels zijn (zoals niet appen in het verkeer, geen snorfiets op het fietspad) worden deze zelden gehandhaafd. Politici die niet beseffen dat ze een voorbeeldfunctie hebben en zich permitteren om dronken achter het stuur te zitten (Smallenbroek, van der Stoep) of een relatie met een ondergeschikte te hebben (De Vries). Kamerleden die elkaar uitschelden en bestuurders die op social media dreigende taal gebruiken. Ambtenaren die zich laten trakteren op een diner van een ondernemer die een vergunning wil regelen.
Zulk gedrag versterkt het gevoel dat iedereen zelf zijn regels kan maken. Dat is nog een uitingsvorm van een verwaarloosde samenleving. Burgers vinden dat ze recht hebben op de vervulling van hun behoeften en laten zich dat niet ontzeggen door anderen. In een drukke woonwijk nemen ze met hun SUV anderhalve parkeerplaats in, ze steken in de hal van het theater alvast hun sigaret op die ze, natuurlijk meneer, buiten gaan roken, ze bellen luid met hun liefje op de speaker van hun smartphone en blijven in de middenbaan rijden omdat ze dat wel zo gemakkelijk vinden.

Geen correctie
Burgers die dergelijk disfunctioneel gedrag vertonen laten zich niet corrigeren en wijzen elke verantwoordelijkheid voor de effecten van het eigen gedrag af: die leggen ze consequent bij anderen. Als de autoriteiten mensen niet aanspreken, waarom zouden burgers dan elkaar aanspreken? Er iets van zeggen als een groep jongens  in de tram een meisje lastig vallen? Stel je voor dat de agressie zich tegen jou keert! Wie het aandurft om jongeren aan te spreken die met vuurwerk mensen en dieren in gevaar brengen, riskeert gebroken ribben. Dat korte lontje ervaren niet alleen politieagenten, maar ook artsen, ambulancepersoneel, baliemedewerkers, verpleegkundigen, burgemeesters, leraren en brandweermannen dagelijks.

populismeDisfunctionele interactie
Ik durf te stellen dat de verhouding tussen burgers en gezagsdragers steeds vaker disfunctionele trekken heeft. Deze verhouding komt enerzijds tot uiting in agressie en (verbaal) geweld, ongenuanceerde kritiek en gescheld op sociale media. Anderzijds is er sprake van slachtoffergedrag (‘Ik word niet gezien/ Mijn stem wordt niet gehoord.’). Burgers zijn steeds minder in staat om hun rol als burger te spelen (ze proberen te overleven); de overheid heeft geen idee van de situatie van burgers en overschat wat burgers aankunnen. In plaats van volwassen en wederkerige interactie zijn er leiders die zich onttrekken aan hun verantwoordelijkheid en burgers die hun eigen regels bepalen. In een dergelijke verwaarloosde samenleving kan populisme welig tieren.

Uit de impasse
In een verwaarloosde samenleving – net als in organisaties – zijn de leidinggevenden verantwoordelijk voor de verwaarlozing, wat niet wil zeggen dat ze bewust nalatig zijn geweest: het ontbreekt aan (echt) leiderschap: op basis van visie een richting uitzetten structuur bieden, eisen en grenzen stellen en alert zijn op gedrag  en behoeften van burgers. Burgers moeten weten waar ze aan toe zijn en welke inhoudelijke koers wordt gevolgd bij het aanpakken van grote maatschappelijke vraagstukken. Een breder politiek perspectief met heldere doelen en structuur biedt hen de mogelijkheid om een eigen bijdrage te kunnen leveren.

Herstel
Alle publicaties over verwaarloosde organisaties wijzen erop dat het herstel van langdurig verstoorde relaties weliswaar mogelijk, maar niet eenvoudig is en een lange adem vergt. Herstel van een verwaarloosde samenleving vraagt om leiders die niet uitsluitend rationeel en bedrijfsmatig denken, maar leiders als opvoeders, met inlevingsvermogen, mensen die kaders stellen en grenzen trekken. Net als het bij verwaarloosde kinderen begint bij de ouders, begint het in de samenleving bij de politieke en bestuurlijke leiders. De boel op orde brengen door voorspelbaarheid, duidelijkheid en oprechte verbinding. Daardoor kan weer vertrouwen ontstaan. De verleiding voor leiders is teveel uit zijn op erkenning en applaus, op politiek scoren. Maar wat de samenleving nodig heeft in het nieuwe decennium is mensen die hun rol en verantwoordelijkheid nemen en van daaruit consequent handelen en afstand kunnen bewaren vanuit een grondhouding van betrokkenheid.

Reacties

  1. Hoi Lenette,
    Interessant artikel. Zet aan tot denken. Bij het lezen drong zich de vraag op naar internationale vergelijkijngen. Als Nederland symptomen heeft / krijgt van een verwaarloosde samenleving, hoe verhoudt dit zich tot andere samenlevingen?
    Hartelijke groet
    Ward

  2. Helemaal mee eens! In de afgelopen maanden heb ik deze vraag en constateringen met diverse mensen besproken : pragmatisme versus visie; regeren, leiden en politiek bedrijven vanuit consumentisme en markt versus regeren op basis van maatschappelijke waarden.

    Bedankt dat je het zo mooi onderbouwt en verwoordt!

  3. Dag Lenette,

    Ik zag je aankondiging van dit blog eerder langskomen maar heb het nu pas rustig kunnen lezen. Wat een mooi en breed overzicht, dat tegelijk somber stemt. Dankjewel.
    Ook bij mij zweeft ‘verwaarlozing’ vaak door het hoofd als ik denk aan de relatie overheid – samenleving, maar ook en misschien wel vooral aan de verwaarlozing van het overheidsapparaat zelf en de semi publieke sectoren die van de overheid afhankelijk zijn. Te kleine diensten een inspectie, onmacht en onvermogen om adequaat te reageren of te handhaven. Zie het commentaar van de chef van de landelijke politie over de jaarwisseling. Ik ben wel klaar met al die liberalisering en marktwerking. De voorbeelden liggen voor het oprapen. Kijk naar de jaarwisseling en de ellende die dan wordt aangericht.
    Maar ook heel simpel aan allerlei andere dingen zoals de vervuiling van de leefomgeving omdat die kabinet voor de zoveelste keer het bedrijfsleven de ruimte heeft gegeven voor ‘zelfregulering’ in plaats van statiegeld te gaan heffen op blikjes en penflesjes. Het lijkt peanuts maar het is voor mij teken van politieke onwil, van onwillige bedrijven de hand boven het hoofd houden en van gebrek aan sensitiviteit voor wat in de samenleving leeft. Ik denk dat heel veel mensen verder zijn met de klimaatdiscussie, het milieu etc dan het kabinet denkt. Ik heb me voorgenomen om bij de volgende verkiezingen erg te letten op hoe partijen denken over de verantwoordelijkheden van de overheid.
    Los hiervan, de social media staan bol van gekrakeel tussen bubbels maar het is de vraag hoe representatief dit is. Ik weet het niet, maar ik hoop dat het ‘meevalt’ en dat heel veel mensen gewoon doorgaan met normaal te doen, er voor elkaar te zijn, elkaar te helpen, hun straat netjes houden etc. Misschien verkeer ik in gezegende omstandigheden maar als ik kijk naar mijn volwassen kinderen en naar hun vriendengroepen dan stemt me dat iedere keer weer optimistisch en vol vertrouwen in de toekomst. Het maakt me iedere keer weer blij als ik in hun gezelschappen mag verkeren. Kortom, het is niet allemaal kommer en kwel.
    Nogmaals dank, en groet

  4. Beste Lenette,
    Hartelijk dank voor je inspirerende stuk. Het is mij uit het hart gegrepen.
    In 2018 publiceerde ik, samen met Jeannette Schut, het boek Handboek professionele schoolcultuur. Focus op koers en gedrag. Ook wij baseren ons daarbij onder meer op het werk van Joost Kampen. Daarnaast heeft ook de traumatheorie van Franz Ruppert ons diepgaand beïnvloed. Hiermee kregen we zicht op de dynamieken die plaats vinden in (school)organisaties waarin sprake was van verwaarlozing vanuit de leidinggevenden (of andere traumatische ervaringen, meestal oud zeer genaamd) en het effect ervan op de medewerkers – ook vele jaren later. Steeds komen we overlevingsgedrag tegen, dat een logische, adaptieve reactie is op de verwaarlozing en tegelijkertijd de organisatie in zijn greep houdt: dit gedrag heeft de neiging ‘nieuw oud zeer’ te bewerkstelligen. In de trainingen die wij in het onderwijs verzorgen, staat het professionaliseren van de omgangscultuur centraal.
    Al langer kijk ik van daaruit ook naar onze samenleving in zijn geheel, met de vraag in mijn achterhoofd hoe dezelfde patronen ook daarin spelen. Jouw artikel verwoordt precies hetzelfde. Je gebruikt deels dezelfde taal: termen als ‘disfunctioneel gedrag’, ‘op basis van visie een richting uitzetten, structuur bieden, eisen en grenzen stellen en alert zijn op gedrag’ en ‘nemen van verantwoordelijkheid’ komen ook in ons boek voor.
    Dus nogmaals dank voor je artikel. Het versterkt mij in mijn ideeën.
    Graag kom ik (opnieuw) met je in contact om hierover uit te wisselen.

    Henk Galenkamp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 × 3 =

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.