Succes van Buurtzorg afgestraft

BuurtzorgNet als het succesvolle AirBnB, dat onder vuur ligt wegens concurrentievervalsing met reguliere verhuurders, krijgt nu ook Buurtzorg te maken met tegenwerking van de gevestigde instellingen.

Sinds de oprichting in 2006 boekte de alternatieve thuiszorgorganisatie Buurtzorg elk jaar een indrukwekkende groei. Van een handvol medewerkers groeide de organisatie uit tot de grootste werkgever voor wijkverplegenden in het land. In 2013 had Buurtzorg bijna zevenduizend medewerkers in dienst. Het concept van Buurtzorg (zelfsturende teams, geen overhead, de klant voorop) leidt tot grote tevredenheid, zowel bij cliënten als bij medewerkers. het succesvolle model, dat laat zien dat zorg beter en goedkoper kan, heeft een enorme beweging veroorzaakt bij reguliere zorginstellingen, die nu ook met zelfsturende teams willen werken. In veel landen, zelfs in de Verenigde Staten, is belangstelling voor het nieuwe zorgmodel.

Maar eind 2013 kwam er een kink in de kabel. De zorgkantoren, eigendom van zorgverzekeraars en distributeurs van AWBZ-budgetten, betaalden in totaal 9,5 miljoen euro aan geleverde zorg niet uit, waardoor Buurtzorg een verlies leed van zes ton (bij gewone uitbetaling had Buurtzorg 8,9 miljoen winst kunnen bijschrijven). Wordt het succes van Buurtzorg nu afgestraft?

Het probleem zit in de groei van Buurtzorg. Daar is het systeem van de zorgverzekeraars en de zorgkantoren niet op ingesteld. Ieder zorgkantoor maakt productieafspraken  met zorgverleners, gebaseerd op het aantal cliënten van het vorige jaar. Na de eerste helft van het jaar worden de productieafspraken opnieuw bekeken: met zorgverleners die meer dan voorzien zijn gegroeid in cliëntenaantal, worden nieuwe afspraken gemaakt, wie minder groei heeft geboekt, krijgt een naar beneden bijgestelde productieafspraak. Zorginstellingen die ook in de tweede helft van het jaar blijven groeien lopen een risico.

Tot nu toe waren de zorgkantoren bereid de extra geleverde zorg te vergoeden. Maar eind 2013 bleken enkele zorgkantoren (o.a. van Achmea en VGZ)  daartoe niet langer bereid. De zorgverzekeraars wijzen desgevraagd op de eigen verantwoordelijkheid van Buurtzorg: zij dienen tekorten bij te passen uit eigen reserves of hun productieafspraken naar beneden bij te stellen.

Volgens Jos de Blok, oprichter en directeur van Buurtzorg, was er voldoende budget om uit te betalen bij de zorgkantoren.  Het budget van de zorgkantoren is niet voor 100% opgemaakt, 160 miljoen zou over zijn. Voor 2014 heeft het ministerie van VWS bepaald dat in het kader van het experiment Regelarme Zorg, alle door Buurtzorg geleverde zorg uitbetaald moet worden, zolang de zorgkantoren budget beschikbaar hebben. In de nabije toekomst gaan de gelden voor verpleging en verzorging uit AWBZ over naar zorgverzekeraars en moet Buurtzorg met alle zorgverzekeraars aparte contracten afsluiten.

Bron: Follow the Money

 

Reacties

  1. Het is natuurlijk interessant hoe zich deze situatie verhoudt met het aanbesteding van zorgkantoren en zorgverzekeraars. Eigenlijk zou natuurlijk de aanbesteding van AWBZ-/WMO-zorg Europees moeten gebeuren. Het is een interessante case als buurtzorg zou beklagen over de wijze van aanbesteden van deze zorg en daarbij een claim zou indienen. Helaas heeft natuurlijk ook veel te verliezen en zal zij dit vermoedelijk niet doen. Juist omdat voor het in zorg nemen van cliënten vaak de indicatie verhoogd wordt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

achttien − zes =

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.