Weg bij de universiteit

OUUniversitair Hoofddocent Psychologie Theo Verheggen, die zichzelf beschouwt als een denker, analyticus, betweter en docent, vond dat hij hoorde aan de universiteit, de tempel van de wetenschap. Maar na ruim twintig jaar dienst bij twee universiteiten is hij, in goed overleg, vrijwillig vertrokken. Hij voelde zich niet langer thuis bij de Open Universiteit. Nu leert hij lassen in een garage, opnieuw vrijwillig, in de hoop er zijn vak van te maken. Alles beter dan wegkwijnen in een kantoortuin.

Output behalen
Ook universitair docent Eelco Runia diende zijn ontslag in bij de Rijksuniversiteit Groningen. Wat hem stoorde was vooral het neliberale bestuursmodel dat zijn universiteit heeft omarmd. De marktwerking komt tot uiting in het feit dat de universietit een filiaal wil openen in het Chinese Yantai en het feit dat hij college moet geven in het Engels aan zonder uitzondering Nederlands sprekende studenten. De bekostiging van de universiteiten is een outputfinanciering. Dat leidt ertoe dat hoe meer studiepunten studenten ‘afnemen’ en hoe meer bachelors en masters de poort verlaten, kortom, hoe groter de ‘output’, hoe meer geld de faculteiten krijgen. Er is een panische angst studenten te verliezen – elke afhakende student betekent kapitaalvernietiging.

Perverse prikkel
Voor Theo Verheggen was dit verdienmodel ook een doorn in het oog. Diploma’s en onderwijsmodules worden te zeer doel op zich wanneer onderwijs geld moet opleveren. De overheid rekent instanties voor (hoger) onderwijs af naar rato van het aantal afgeleverde diploma’s. Die perverse prikkel staat haaks op kwaliteit. Als universiteiten zoveel mogelijk studenten moeten aantrekken om zoveel mogelijk diploma’s te kunnen uitschrijven, dan gaat het gemiddelde noodzakelijk naar beneden.

docent beoordeeldDe docent als beoordeelde
Het tweede punt gaat voor Verheggen over professionaliteit. De tijden waarin een student moest oefenen om een vak te leren tot het moment dat hij of zij als autoriteit werd erkend, die ook anderen kon opleiden, ligt ver achter ons. Niet de student wordt geëvalueerd (want die moet uiteraard het tentamen halen), maar de docent wordt voortdurend afgerekend op rankings door nog-niet deskundige studenten. De goed gevulde ordners met evaluaties voor de visitatiecommissie dragen daar nog aan bij. Dat is geen kwaliteitszorg maar kwantiteitszorg.

Wegkwijnende professionaliteit
Ook Eelco Runia liep hier tegen aan. Het meest negatieve effect van het marktcredo was voor hem niet de werkdruk, de hypocrisie of de verengelsing van het onderwijs, maar de sluipende deprofessionalisering van de stafleden. De aloude professional beschikte over specialistische kennis, was het aan zijn beroepseer verplicht kwaliteit te leveren en voelde zich zelf verantwoordelijk voor wat hij deed. Marktwerking betekent productiedwang. Dat betekent bureaucratische controle, wat eigenlijk niets anders is dan  geïnstitutionaliseerde argwaan tegen professionele zelfsturing. Daardoor kwijnt die zelfsturing, de professionaliteit tout court, langzaam weg.

Een fuik
Een derde bezwaar is de koers van het wetenschappelijk onderzoek, in ieder geval in de gammawetenschappen, maar ook bij de letteren. De carrière van een academicus wordt vooral bepaald door het aantal artikelen in een toptijdschrift. Iedereen wil daarom meedingen naar een zeer beperkte plek in steeds dezelfde wetenschappelijke tijdschriften. Dat betekent dat het onderzoek in een vakgebied allemaal convergeert naar de criteria die de toptijdschriften hanteren. Ook bij de fondsenwerving gaat het zo: honderden onderzoekers schrijven een voorstel, iets wat een flinke intellectuele arbeid en dito tijdsinvestering vraagt. Slechts enkelen winnen. Onderzoek (en uiteindelijk ook onderwijs) waarvoor geen grote markt is, verdwijnt.

RuniaDoen wat gemeten wordt
Eelco Runia consteerde dat docenten voortdurend dingen moeten doen die niet alleen veel tijd kosten, maar geen enkele relatie hebben met waar ze als professional of integer mens voor staan. Maar omdat universiteiten hen daarop afrekenen – en de accreditatie en daarmee de universiteit op het spel staat – doen ze ze toch maar. ‘Managing appearances is a fruitful strategy if it is only appearances that get measured.’ Maar was de universiteit niet de plek waar mensen konden nadenken over zaken die nog niet evident nuttig waren? Was het niet de tempel van het weten waar op basis van argumenten en onderzoek gediscussieerd kon worden over hele en halve waarheden?

Verlangen naar kwaliteit
Theo Verheggen voelde zich een klerk in een kantoortuin en verlangde terug naar de ervaring en ook de erkenning van vakmanschap en kwaliteit. Dat vindt hij voorlopig in de garage, maar toch doet het hem pijn om zijn tempel van kennis  verwoest te zien. Eelco Runia kijkt ernaar uit om zijn brood te gaan verdienen met stukken schrijven en lezingen geven, en hij hoopt eindelijk tijd te vinden om dat specialistische boek te schrijven waar hij aan de universiteit, druk met basismodules onderwijs, eenzijdige artikelen voor de toptijdschriften en bestuurlijk regelwerk, niet aan toe kwam.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

elf − acht =

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.